|
|
|
| + | Selecteer de gehele kolom |
| + | Selecteer de gehele rij |
| + | Selecteer het gehele werkblad |
| + | Met meerdere cellen geselecteerd, selecteer alleen de actieve cel |
| ++ | Met een voorwerp geselecteerd, selecteert u alle objecten op een werkblad |
| + | Spring tussen het verbergen van objecten, het weergeven van objecten en het weergeven van placeholders voor objecten |
| ++ | In een draaitabel, selecteert u hiermee het volledige rapport |
| + | Selecteer de array met de actieve cel. |
| ++ | Selecteer alle cellen die een commentaar bevatten |
| + | In een geselecteerde regel de cel selecteren met een waarde die niet overeenkomt met de actieve cel |
| ++ | In een geselecteerde kolom de cel selecteren met een waarde die niet overeenkomt met de actieve cel |
| + | Selecteer alle cellen waar naar verwezen wordt in formules binnen de geselecteerde cellen |
| ++ | Selecteer alle cellen waar direct or indirect naar verwezen wordt in formules in de selectie |
| + | Selecteer cellen die formules bevatten die verwijzen naar de actieve cel |
| ++ | Selecteer cellen die formules bevatten die direct of indirect verwijzen naar de actieve cel |
| + | Selecteer de zichtbare cellen in de huidige selectie |
| + | Breid de selectie uit met één cel |
| ++ | Breid de selectie uit tot de laatste nonblank cel in dezelfde kolom of regel als de actieve cel |
| + | Breid de selectie uit tot het begin van de regel |
| ++ | Breid de selectie uit tot het begin van de blad |
| ++ | Breid de selectie uit tot de laatste gebruikte cel op het blad |
| + | Breid de selectie één scherm omlaag uit |
| + | Breid de selectie één scherm omhoog uit |
| ++ | Breid de selectie uit tot de laatste gevulde cel in dezelfde kolom of regel als de actieve cel |
| ++ | Breid de selectie uit tot de laatste gebruikte cel op het blad (rechts onder) |
| ++ | Breid de selectie uit tot de laatste cel in de huidige regel. |
| + + | Breid de selectie uit tot de cel in linker bovenhoek van het scherm |
| + + | Breid de selectie uit tot de cel in rechter onderhoek van het scherm |
|
|
|
| Bevestig invoer en ga een cel naar beneden | |
| + | Begin een nieuwe regel in dezelfde cel |
| + | Vul alle geselecteerde cellen met de invoer van huidige invoer |
| + | Bevestig invoer en ga een cel naar boven |
| Bevestig invoer en ga een cel naar rechts | |
| + | Bevestig invoer en ga een cel naar links |
| Cancel celinvoer | |
| Ga één teken omhoog, omlaag, naar links of naar rechts | |
| Ga naar het begin van de regel | |
| or + | Herhaal laatste aktie |
| ++ | Creeër namen van regel en kolom labels |
| + | Vul naar beneden |
| + | Vul naar rechts |
| + | Definieër een naam |
| + | Voeg een hyperlink in |
| + | Voer datum in |
| ++ | Voer tijd in |
| + | Toon een drop-down lijst of de waarden in de huidige kolom of een selectie |
| + | Laatste actie ongedaan maken |
| + | Voert het cent teken in |
| + | Voert het pound sterling teken in |
| + | Voert het yen teken in |
| + | Voert het euro teken in |
|
|
|
| Start van een formule | |
| Verplaatst de cursor naar het einde van de formule die in de geselecteerde cel staat |
|
| In de Formule regel wordt een karakter naar links weggehaald | |
| Bevestigt de invoer van een formule of waarde in de cel |
|
| ++ | Voert een formule in als een array. Array formules staan tussen { } |
| Cancel een invoer in de cel of Formula regel | |
| + | In een formule, wordt het Invoegen Formule scherm getoond |
| + | Als de cursor rechts van een functienaam in een formule staat, toon dan de Functie Argumenten dialog box. |
| ++ | Als de cursor rechts van een functie naam in een formule staat, voeg dan de argument namen en () toe. |
| Plak een gedefinieerde naam in een formule. |
|
| + | Voeg een AutoSom formule toe met de SOM functie. |
| ++ | Kopieër de waarde van de cel boven de actieve cel in de cel of de Formule balk. |
| + | Kopieër een formule van de cel boven de actieve cel in de cel of de Formule balk. |
| + | Toont de formules in de cellen, nogmaals CTRL + T toont wederom de waarden in de cellen |
| Bereken alle formules in de worksheets van alle geopende workbooks. | |
| + | Bereken de actieve worksheet. |
| ++ | Bereken alle worksheets in alle geopende werkboeken, ongeacht of zij zijn aangepast sinds de laatste berekening. |
| +++ | Controleer afhankelijke formules opnieuw en bereken daarna alle cellen in alle geopende werkboeken, inclusief cellen die niet gemarkeerde staan als her te berekenen. |
|
|
|
| Bewerk de actieve cel en plaats de cursor aan het eind van de celinhoud. | |
| + | Begin een nieuwe regel in dezelfde cel. |
| Bewerk de actieve cel en verwijder het of verwijder het voorafgaande karakter in de actieve cel als je de celinhoud bewerkt. | |
| Verwijder het karakter rechts van de cursor of verwijder de selectie. | |
| + | Verwijder de tekst tot aan het einde van de regel. |
| Toon de Spelling dialog box. | |
| + | Bewerk een cel commentaar. |
| Bevestig een cel-invoer en selecteer de volgende cel eronder. | |
| + | Draai laatste actie terug. |
| Annuleer een cel invoer. | |
| ++ | Als de Autocorrect Smart Tags wordt weergegeven, Undo of Redo de laatste automatische correctie. |
| + | Kopieer de geselecteerde cellen. |
| + | Knip de geselecteerde cellen. |
| + | Plak de gekopieerde cellen. |
| Verwijder de inhoud van de geselecteerde cellen. | |
| + | Verwijder de geselecteerde cellen. |
| ++ | Voeg lege cellen toe. |
|
|
|
| + | Toon de Style dialog box. |
| + | Toon de Format Cells dialog box. |
| ++ | Gebruik het Algemene getallen formaat. |
| ++ | Gebruik het Valuta formaat met 2 decimale posities (negatieve getallen tussen haakjes). |
| ++ | Gebruik het Procentuele formaat zonder decimale posities. |
| ++ | Gebruik het Breuk-getallen formaat met 2 decimale posities. |
| ++ | Gebruik het Datum formaat met dag, maand en jaar. |
| ++ | Gebruik het Tijd formaat met uur, minuut en AM en PM. |
| ++ | Gebruik het Getallen formaat met 2 decimale posities, splitsing op duizendtallen, en het min-teken (-) bij negatieve getallen. |
| + | Gebruik of verwijder het bold formaat. |
| + | Gebruik of verwijder het italic (cursief) formaat. |
| + | Gebruik of verwijder de onderstreep functie. |
| + | Gebruik of verwijder het doorstrepen van tekst. |
| + | Verberg de geselecteerde regels. |
| ++ | Toon iedere verborgen regel binnen de selectie. |
| + | Verberg de geselecteerde kolommen. |
| ++ | Toon alle verborgen kolommen binnen de selectie. |
| ++ | Omlijn de geselecteerde cellen. |
| ++ | Verwijder de omlijning van de geselecteerde cellen. |
|
|
|
| Toon het Help opdrachtscherm | |
| Wissel tussen het opdrachtscherm en het werkblad. | |
| Selecteer het volgende onderwerp in het Help opdrachtscherm. |
|
| + | Selecteer het voorafgaande onderwerp in het Help opdrachtscherm. |
| Voer de activiteit van het geselecteerde onderwerp uit. |
|
| , | Selecteer binnen een inhoudsopgave het volgende of het voorafgaande onderwerp. |
| , | Klap een geselecteerd item open of dicht in een inhoudsopgave. |
| + | Ga terug naar het vorige opdrachtscherm. |
| + | Ga door naar het volgende opdrachtscherm. |
| + | Open het menu van de opties van het Opdrachtscherm. |
| + | Sluit en open het huidige Opdrachtscherm opnieuw. |
| Klap een +/- lijst open. |
|
| Klap een +/- lijst dicht. |
|
|
|
|
| Selecteer de volgende verborgen tekst of hyperlink, of Toon Alles of Verberg Alles boven aan het onderwerp. |
|
| + | Selecteer de vorige verborgen tekst of hyperlink, of Toon Alles of Verberg Alles boven aan het onderwerp. |
| Voer de opdracht voor de geselecteerde Toon Alles, Verberg Alles, verborgen tekst of hyperlink uit. |
|
| + | Ga terug naar het vorige Help onderwerp. |
| + | Ga door naar het volgende Help onderwerp. |
| + | Print het huidige Help onderwerp. |
| , | Kleine stukjes omhoog en omlaag binnen het weergegeven Help onderwerp. |
| and | Grotere stukken omhoog en omlaag binnen het weergegeven Help onderwerp. |
| + | Wijzig of het help scherm in verbonden met (tiled) of afgescheiden van (untiled) de actieve applicatie wordt weergegeven. |
| + | Toon het menu van commando's voor het Help scherm; hiervoor moet het Help scherm een actieve focus hebben. (klik op een item van het Help scherm). |
|
|
|
| Ga naar een opdrachtscherm | |
| + | Als een menu of werkbalk actief is, ga naar een opdrachtscherm. (Je moet eventueel CTRL+TAB meer dan 1 maal indrukken) |
| or + | Als een opdrachtscherm actief is, selecteer dan de volgende of voorafgaande optie in het opdrachtscherm. |
| + | Toon de volledige opdrachtenset van het opdrachtscherm-menu. |
| of | Beweeg tussen de keuzes in een geselecteerd submenu; beweeg tussen bepaalde opties in een groep van opties. |
| of | Open het geselecteerde menu of voer de actie uit gekoppeld aan de geselecteerde button. |
| + | Open a shortcut menu open a drop-down menu voor de selected gallery item. Open een sneltoetsmenu voor de geselecteerde illustratie gallerij. |
| of | Als een menu of submenu zichtbaar is, selecteer de eerste of de laatste opdracht van het menu of submenu. |
| of | Beweeg naar boven of beneden binnen de geselecteerde illustratie lijst. |
| + of + | Spring naar bovenste of de laatste regel in de geselecteerde illustratie lijst. |
|
|
|
| or | Selecteer de menubalk of sluit een open menu en submenu tegelijkertijd. |
| or + | Als een werkbalk is geselecteerd; selecteer de volgende of voorafgaande button of het menu op de toolbar. |
| + or ++ | Als een toolbar is geselecteerd; selecteer de volgende of voorafgaande toolbar. |
| Open het geselecteerde menu of voer de actie voor de geselecteerde button of opdracht uit. | |
| + | Toon het sneltoetsmenu voor het geselecteerde item. |
| + | Toon het Control menu voor het Excel scherm. |
| of | Als een menu of submenu is geopend, selecteer het volgende of de voorafgaande opdracht. |
| of | Selecteer het menu naar links of rechts. Als het submenu is geopend, spring tussen het hoofdmenu en het submenu. |
| of | Selecteer het eerste of de laatste opdracht in het menu of het submenu. |
| Sluit een open menu. Als het submenu is geopend, sluit alleen het submenu. | |
| + | Toon de volledige set van opdrachten van een menu. |
| + | Toon of verberg de Standaard toolbar. |
|
|
|
| Ga naar de volgende optie of optie-groep. | |
| + | Ga naar de vorige optie of optie-groep. |
| + of + | Spring naar de volgende tab in een dialoogbox. |
| ++ of + | Spring naar de vorige tab in een dialoog box. |
| Beweeg tussen de opties in een drop-down lijst, of tussen opties in een groep met opties. | |
| Voer de actie voor de geselecteerde button uit, of selecteer of verwijder het geselecteerde selectievakje. | |
| + | Selecteer een optie, of selecteer of verwijder een selectievakje met een onderstreepte LETTER optie. |
| + | Open de geselecteerde drop-down lijst. |
| Voer de actie voor de default button in de dialog box uit. (de button met de vette buitenlijn, vaak de OK button). | |
| Cancel de opdracht en sluit de dialog box. | |
|
|
|
| Ga naar het begin van de invoer. | |
| Ga naar het einde van de invoer. | |
| of | Verplaats cursor een karakter naar links of rechts. |
| + | Verplaats cursor een woord naar links. |
| + | Verplaats cursor een woord naar rechts. |
| + | Selecteer of geef een karakter aan de linker kant vrij. |
| + | Selecteer of geef een karakter aan de rechter kant vrij. |
| ++ | Selecteer of geef een woord aan de linker kant vrij. |
| ++ | Selecteer of geef een woord aan de linker kant vrij. |
| + | Selecteer vanaf het invoeg-punt tot het begin van de invoer. |
| + | Selecteer vanaf het invoeg-punt tot het eind van de invoer. |
|
|
|
| + | Ga naar de vorige folder. |
| + | Doet hetzelfde als de één nivo hoger button; open de map 1 nivo boven de geopende folder. |
| + | Zoek op het Web button: sluit de dialog box en open je Internet zoekpagina. |
| + | Verwijder de geselecteerde folder of het bestand. |
| + | Creeër een nieuwe folder. |
| + | Schakel tussen beschikbare folder overzichten. |
| + or + | Toon het Hulpmiddelen menu. |
| + | Toon een shortcut menu voor een geselecteerd onderwerp zoals b.v. een folder of een bestand. |
| Beweeg tussen opties en gebieden in de dialog box. | |
| or + | Open de Kijk-in lijst. |
| Ververs de bestanden lijst. | |
|
|
|
| + of ++ | Toon de Print dialog box |
| + of ++ | Voeg een nieuw werkblad toe. |
| + | Ga naar het volgende blad in het werkboek. |
| + | Ga naar het voorafgaande blad in het werkboek. |
| ++ | |
| ++ | Selecteer het huidige en het voorafgaande blad. |
| + | Wijzig de naam van het huidige blad (Format menu, Blad submenu, wijzig naam) |
| + | Verplaats of kopieer het huidige blad.(Edit menu, Move of Copy Sheet opdracht) |
| + | Verwijder het huidige blad (Edit menu, Delete Sheet opdracht.) |
| Verplaats een cel naar boven, beneden, links of rechts. | |
| + | Ga naar de zijde van het huidige gegevensgebied. |
| Ga naar het begin van de regel. | |
| + | Ga naar het begin van het werkblad. |
| + | Ga naar de laatste cel van het werkblad, in de onderste gebruikte regel van de meest rechtse gebruikte kolom. |
| Ga 1 scherm omlaag. | |
| Ga 1 scherm omhoog. | |
| + | Ga 1 scherm naar rechts. |
| + | Ga 1 scherm naar links. |
| Spring naar het volgende scherm in de worksheet dat gesplitst is. (Window menu, Split opdracht) | |
| + | Spring naar het voorafgaande scherm in een worksheet dat gesplitst is. |
| + | Scroll om de actieve cel te tonen. |
| Toon de Ga Naar dialog box | |
| + | Toon de Zoek dialog box |
| + | Herhaal de laatste Find(Zoek) actie. (gelijk aan Find Next(Zoek Volgende)). |
| Beweeg tussen niet geblokkeerde cellen in een beschermd werkboek. | |
|
|
|
| Beweeg van boven naar beneden binnen de geselecteerde range. |
|
| + | Beweeg van beneden naar boven binnen de geselecteerde range. |
| Beweeg van links naar rechts binnen de geselecteerde range. Als cellen in een enkele kolom zijn geselecteerd, ga naar beneden. |
|
| + | Beweeg van rechts naar links binnen de geselecteerde range. Als cellen in een enkele kolom zijn geselecteerd, ga naar boven. |
| + | Ga met de klok mee naar de volgende hoek van de geselecteerde range. |
| ++ | In niet aangrenzende selecties, spring naar de volgende selectie aan de rechter zijde. |
| ++ | Spring naar de volgende niet aangrenzende selectie aan de linker zijde. |
|
|
|
| + | Toon de dialog box. |
| + | Plaats of verwijder de boven-rand als je in de rand-tab bent. |
| + | Plaats of verwijder de onder-rand als je in de rand-tab bent. |
| + | Plaats of verwijder de linker-rand als je in de rand-tab bent. |
| + | Plaats of verwijder de rechter-rand als je in de rand-tab bent. |
| + | Als cellen in meerdere regels worden geselecteerd, plaats of verwijder de horizontale verdeellijn als je in de rand-tab bent. |
| + | Als cellen in meerdere kolommen worden geselecteerd, plaats of verwijder de horizontale verdeellijn als je in de rand-tab bent. |
| + | Apply or remove de downward diagonal border. Plaats of verwijder de schuin naar beneden rand. |
| + | Plaats of verwijder de schuin naar boven rand. |
|
|
|
| + | Toont de Autofilter lijst van de huidige kolom. |
| + | Sluit de AutoFilter lijst voor de huidige kolom |
| Selecteert het volgende item in de AutoFilter lijst | |
| Selecteert het vorige item in de AutoFilter lijst | |
| Selecteert het eerste item (All) in de AutoFilter lijst | |
| Selecteert het laatste item in de AutoFilter lijst | |
| Filtert de range gebaseerd op het onderwerp van de Autofilter lijst. | |
|
|
|
| ++ | Groepeerd regels of kolommen |
| ++ | Degroepeerd regels of kolommen |
| + | Toont of verbergt de outline symbolen. (plus en min tekens boven en/of links van het werkblad) |
| + | Verbergt de geselecteerde regels |
| ++ | Toont verborgen regels in de selectie |
| + | Verbergt de geselecteerde kolommen |
| ++ | Toont verborgen kolommen in de selectie |
Copyright © 2010 handleidingpagina.nl
